Log in

Klik hier om in te loggen


Wachtwoord vergeten?

Nog geen inlog? Registreer nu
Om misbruik van dit formulier door spamrobots te voorkomen, vragen wij u hier het controlewoord stowa in te vullen!

Meest gestelde vragen over natuurvriendelijke oevers

1. Wat is een natuurvriendelijke oever?

Een natuurvriendelijke oever is een oever waarin een geleidelijke overgang van land naar water door menselijk ingrijpen wordt gerealiseerd. Dit in tegenstelling tot een natuurlijke oever, waarin een dergelijke geleidelijke overgang een natuurlijke oorsprong heeft. Een natuurvriendelijke oever wordt vaak gerealiseerd door een verandering in het oeverprofiel en het opstellen van een beheerplan.

2. Hoeveel kilometer natuurvriendelijke oever is er in Nederland aangelegd?

De aanleg van natuurvriendelijke oevers is een van de meest toegepaste ecologische herstelmaatregelen om de KRW doelen te behalen. Naar schatting is op dit moment ca. 2500 km aangelegd door de waterbeheerders in Nederland.

3. Wat is het doel van een natuurvriendelijke oever?

Het bepalen van de doelstelling van de natuurvriendelijke oever is een belangrijke stap in de aanleg van natuurvriendelijke oevers, aangezien het de kaders biedt voor het ontwerp. Aan de aanleg van een natuurvriendelijke oever kunnen meerdere doelstellingen ten grondslag liggen:

  • verhoging van aquatische natuurwaarden van het watersysteem (KRW-natuur);
  • versterking van de overige natuurwaarden in de oever (terrestrische vegetatie, vogels, amfibieën, zoogdieren, insecten);
  • verbetering van de chemische waterkwaliteit;
  • waterbuffering

In een recente enquête (2014) onder waterbeheerders kwam naar voren dat bij 77 procent van de ondervraagden het primaire doel van de aanleg van een natuurvriendelijke oever het behalen van de KRW-doelen is. Daarnaast gaf 33 procent van de ondervraagden aan dat de aanleg van de natuurvriendelijke oever niet tot een meetbare verandering in de (ecologische) waterkwaliteit heeft geleid.

4. Hoe bepaal ik of het doel bereikt wordt?

De monitoring en de evaluatie van het effect van de aanleg van natuurvriendelijke oevers is vaak een ondergeschoven kindje (Handreiking Natuurvriendelijke Oevers). In een recente enquête (2014) onder waterbeheerders kwam naar voren dat het merendeel van de ondervraagden de natuurvriendelijke oevers meer dan 5 jaar na aanleg inventariseert. Op dit moment ontbreken handvatten waarmee de effectiviteit van natuurvriendelijke oevers geëvalueerd kan worden. Een streefbeeldenboek (bijvoorbeeld het Streefbeelden boek van Witteveen+Bos) geeft een aanzet voor de evaluatie van natuurvriendelijke oevers, maar er is vraag naar meer wetenschappelijk onderbouwde relaties tussen standplaatsfactoren, natuurwaarden en inrichting en beheer. Vaak wordt alleen getoetst of het ontwerp naar behoren is uitgevoerd, niet of het ontwerp doelmatig is.

5. Wanneer is het niet aan te bevelen om een natuurvriendelijke oever aan te leggen?

Bij de aanleg van natuurvriendelijke oevers spelen standplaatsfactoren een belangrijke rol. Wanneer aan de hand van een systeemanalyse duidelijk wordt dat de eerste drie ecologische sleutelfactore  - productiviteit bodem water, lichtklimaat en productiviteit bodem - niet op orde zijn, heeft het geen zin om een natuurvriendelijke oever aan te leggen; de beoogde verbetering in waterkwaliteit en natuurwaarden wordt hoogst waarschijnlijk niet gerealiseerd. Een systeemanalyse voor aanvang van de aanleg van een natuurvriendelijke oever is dan ook een belangrijk go-nogo moment in het traject van ontwerp naar realisatie. In een recente enquête (2014) onder waterbeheerders kwam echter naar voren dat slechts 35 procent van de ondervraagde daadwerkelijk een systeemanalyse uitvoert voorafgaand aan het aanleggen van een natuurvriendelijke oever. Daarnaast ziet slechts 14 procent van de ondervraagden de uitkomst van de systeemanalyses als bepalend voor het beslistraject. De ondervraagden gaven aan dat niet alleen de standplaatsfactoren, maar ook de beschikbare ruimte en financiering een belangrijke rol spelen in het beslistraject.

6. Hoe moeten de oevers onderhouden worden?

De literatuurstudie van Gerard ter Heerdt (Rapport Natuurvriendelijk onderhoud en ecologische kwaliteit) laat zien dat de evaluatie van het beheerplan van oevers niet zozeer gestoeld is op betrouwbaar onderzoek met oorzakelijke verbanden, maar eerder op expert judgement. Doordat monitoring en evaluatie een ondergeschoven kindje is, is het niet mogelijk om eenduidige instructies op te stellen voor het maken van een beheerplan, als dergelijke generieke regels al zouden bestaan. Algemeen advies is dat beheer maatwerk is, waarbij het in stand houden van de doelen de belangrijkste richtlijn is.

Een recente enquête (2014) onder waterbeheerders laat zien dat het merendeel van de ondervraagden een oever pas duurzaam vindt als de functie voor 20 procent behouden is. Zonder beheer en onderhoud is een dergelijk streven niet mogelijk. Het merendeel van de ondervraagden vindt dat een optimale frequentie van onderhoud minder dan 1x per jaar is, maar vanuit ecologisch perspectief is meer onderhoud wenselijk. In de praktijk blijkt dat er ook veel mis gaat bij het instrueren van onderhoudsmedewerkers en onderhoudsaannemers. Het is zaak deze mensen op de hoogte te stellen van het waarom van het aanleggen van oevers.

7. Waar kun je het best een natuurvriendelijke oever aanleggen?

De standplaats heeft direct invloed op het functioneren en de ontwikkeling van een natuurvriendelijke oever (Handreiking Natuurvriendelijke Oevers). Het is dus raadzaam om meerdere locaties in een waterlichaam te onderzoeken en op basis daarvan een locatiekeuze te maken. In de praktijk blijkt echter dat grondverwerving en synergie met andere projecten een dominante rol speelt in de locatiekeuze, dit werd door het merendeel van de ondervraagde in de recente enquete (2014) bevestigd.